Op vrijdag 5 mei wordt het startschot van de honderdste editie van de Giro d’Italia gegeven, als de renners van Alghero naar Olbia rijden over 206 kilometer. Alghero is een plaatsje op het Italiaanse eiland Sardinië, dat in deze editie voor de derde keer de gastheer is voor de start van de Giro d’Italia. In 1991 en 2007 begon deze Italiaanse wielerronde ook al in de buurt van Sardinië. De eerste etappe van deze editie van de Giro d’Italia is opvallend genoeg geen tijdrit, zoals dat vorig jaar wel het geval was in Apeldoorn. Het belooft dan ook nog weinig spectaculairs voor de klimmers en klassementsrenners uit het peloton in deze vrijwel vlakke eerste etappe. Voor de sprinters biedt dit de kans om tijdens deze eerste etappe de roze trui in handen te krijgen.

Geschiedenis van Alghero

Alghero is een klein plaatsje met een heel opmerkelijke geschiedenis. Toen de bevolking van deze plaats in 1372 in opstand kwam tegen de koning van Aragon, besloot diezelfde koning de bevolking te deporteren en te laten vervangen door Catalanen. Bij die deportatie van de oorspronkelijke bevolking van Alghero werd een groot deel van de straatnamen hernoemd naar een Catalaanse naam. Tot op de dag van vandaag zijn er dan ook nog veel Spaanse namen in deze plaats te vinden. Niet voor niets wordt Alghero geregeld “Klein-Barcelona” genoemd.

Vrijwel vlakke etappe richting Olbia

Hoewel het parcours in Italië bijna nooit volledig vlak is, kent deze eerste etappe weinig uitdagingen voor het peloton. Over de kustweg van Sardinië rijdt men richting het noorden van dit eiland. Opvallend is dat de twee kleine beklimmingen tijdens deze eerste etappe al wel meetellen voor het bergklassement. Dit betekent dat het voor ontsnappers heel interessant kan zijn om direct voor hun kansen te gaan. Zij kunnen tijdens deze eerste etappe immers de bergtrui in handen krijgen. Het gaat hierbij om de Multeddu en La Contra, die na respectievelijk 68,5 en 90,1 kilometer te hebben gereden gepasseerd zullen worden.

Op zo’n 20 kilometer voor de meet ligt nog een steile klim van een kleine vijf kilometer, waarvan het stijgingspercentage in de eerste kilometers op zo’n 8% ligt. Voor ploegen met een sprinter die ook kan klimmen biedt dit de mogelijkheid om de pure sprinters al voor de finish uit het peloton te zetten door het tempo flink op te voeren. Pure sprinters moeten de 15 tot 20 kilometer na deze beklimming gebruiken om weer terug te keren.

Finish in het noordelijke Olbia

De finish van deze eerste etappe ligt in het noordelijke plaatsje Olbia. Hier finishte de Giro d’Italia al een keer eerder, in 1991. Destijds moest de jury alles op alles zetten om de winnaar van die etappe te kunnen bepalen. In die eerste etappe won de Fransman Philippe Casado.

Gedurende de etappe krijgen de renners tweemaal de kans om bonificatiesecondes (respectievelijk 3, 2 en 1 seconde) te verdienen. Bij de finishlijn liggen 10, 6 en 4 bonificatiesecondes klaar voor de top drie van deze eerste etappe.