Na het spektakel in het slot van de negende etappe konden de renners gister bijkomen van hetgeen de Giro d’Italia hen tot nu toe geboden heeft. De tiende etappe van de honderdste Giro d’Italia vormt een tijdrit, waarbij de renners over een afstand van 39,8 kilometer van Folignio naar Montefalco rijden. Deze tijdrit is niet helemaal vlak, er ligt een strook van 4,5 kilometer in het parcours waarop de renners een klein beetje zullen moeten klimmen.



Foligno: een bekende plaats voor de Giro d’Italia

Het is niet voor het eerst dat de plaats Foligno onderdeel uitmaakt van het parcours van de Giro d’Italia. Vorig jaar was deze plaats namelijk zowel de start- als de finishplaats van de zevende etappe. Die etappe werd gewonnen door de Duitse sprinter André Greipel! De stad kenmerkt zich door de prachtige romaanse kathedraal uit de 12e eeuw, die in het centrum van Foligno gelegen is.

Vanuit Foligno begint de tijdrit met een vlak stuk van circa 9 kilometer, waarbij men het eerste meetpunt in het plaatsje Bevagna passeert. Veel mensen vinden dit plaatsje een van de mooiste plaatsen in Italië, door de Romeinse fundamenten die je hier vindt. Reden genoeg om hier op te letten tijdens het bekijken van de etappe!

Korte klim naar San Marco

Na de eerste 10 kilometer volgt er een licht stijgende strook van 4,6 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 3,8%. Deze strook brengt de renners naar de top van de San Marco, waarna een korte afdaling volgt. Het resterende deel van de etappe verloopt licht glooiend totdat er 23 kilometer verreden is. Vanaf hier volgt een korte klim van 1,7 kilometer tegen een stijgingspercentage van 6,1%. Eenmaal boven passeert men het tweede meetpunt van de tijdrit.

De laatste kilometers verlopen glooiend met een paar kleine afdaling en verder een groot stuk vals plat. In de laatste 4,5 kilometer van vandaag moet er opnieuw gestegen worden tegen een gemiddeld stijgingspercentage van 3%. Dergelijke kleine beklimmingen kunnen het verschil vandaag gaan maken voor de tijdrijders in het peloton.