Na het klimgeweld in de elfde etappe wordt er vandaag wat rustiger aangedaan tijdens een tocht van 234 kilometer van Forli naar Reggio Emilia. Het lijkt een ideale etappe te worden voor de sprintersploegen, die tijdens deze langste etappe van de honderdste editie van de Giro d’Italia alle tijd hebben om gaatjes dicht te rijden als die zouden ontstaan. Daarbij mogen de sprintersploegen het eerste deel van de etappe niet onderschatten. Tijdens de eerste helft van de twaalfde etappe moeten twee heuvels beklommen worden. Het tweede deel is daarentegen volledig vlak.



Heuvelachtig eerste deel voor het peloton

Het eerste deel van de etappe loopt heel geleidelijk omhoog tot een hoogte van 913 meter op de Colla di Casaglia, die na 60 kilometer koers de eerste heuvel vormt. Deze bergpas vormt de natuurlijke scheiding tussen Toscana en Emilia-Romagna, waar de finishplaats vandaag ligt. Ook de tweede beklimming verloopt heel geleidelijk, waarbij men naar Valle Appenninico klimt. De top van deze tweede heuvel ligt iets lager op 731 meter hoogte. Na een afdaling vanaf de top van deze heuvel volgen 80 vlakke kilometers naar de finish.

Eerste finish in Reggio Emillia

De Giro d’Italia komt dit jaar voor het eerst in finishplaats Reggio Emilia aan. Startplaats Forli was al veel vaker onderdeel van het parcours van de Ronde van Italië. Leuk om te weten is dat voormalig Giro d’Italia-winnaar en wereldkampioen Ercole Baldini in deze plaats geboren werd.

Door de vlakke aanloop naar de finish lijkt het vandaag een massasprint te worden, waarbij de beste drie sprinters 10, 6 en 4 bonificatiesecondes op de streep kunnen verdienen. Ook onderweg kunnen de renners bonificatiesecondes (3, 2 en 1) pakken tijdens de tussensprints op 97,2 en 153 kilometer van de startplaats.