Als voorbereiding op de laatste week van de Ronde van Italië hebben de renners gister even kunnen uitrusten. Vandaag wacht een volgende heuvelachtige etappe over een afstand van 222 kilometer. Het peloton rijdt hierbij van Rovetta naar Bormio, waarbij onderweg drie beklimmingen moeten worden doorstaan. Het is een kans voor de klassementsrenners om het klassement op te schudden, met onder meer de Mortirolo en de Stelvio op het programma.

Om rustig op gang te kunnen komen begint de etappe vanuit Rovetta met een afdaling, waarna de weg langzaamaan omhoog begint te lopen. Hoewel sprinters het hier mogelijk al lastig zullen hebben, is deze oplopende weg nog geen berg te noemen. De eerste echte berg begint vanuit het plaatsje Edolo, waarvandaan de renners aan de beklimming van de Mortirolo beginnen.



Drie fraaie beklimmingen naar Bormio

Opvallend is dat de Mortirolo niet vanaf de gebruikelijke kant wordt beklommen. Met een totale afstand van 17,4 kilometer tegen een stijgingspercentage van gemiddeld 6,7% is deze beklimming iets beter te doen dan de gebruikelijke route omhoog. Makkelijk is de klim zeker niet te noemen! Het begin van de Mortirolo bestaat uit een groot aantal kilometers met een percentage van boven de 8%. Hierna zal de klim iets afvlakken in de bossen bij Monno, waardoor de renners even op adem kunnen komen. Lang is deze pauze echter niet, want twee kilometer na deze bossen volgt een stuk met een stijgingspercentage van boven de 10%.

Na de afdaling komen de renners voor de eerste keer langs de finish in Bormio, waarna men begint aan de beklimming van de Stelvio. Dit is met een hoogte van 2.758 meter de hoogste berg die men in de honderdste editie van de Giro d’Italia aan zal doen. Niet alleen voor de dagzege kan het zinvol zijn om hier een tandje bij te zitten, ook kunnen er flinke bonussen verdiend worden door de renners die hier als eerste boven weten te komen. Degene die de top van de Stelvio als eerste passeert wint de Cima Coppi. De beklimming van de Stelvio duurt 22,4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,9%. Ook bij de Stelvio zit het venijn in de staart, met in de laatste twee kilometer stukken van boven de 10%. Niet alleen het hoge stijgingspercentage maakt het hier lastig, ook de wind en kou kunnen de renners belemmeren.

Slotklim in Zwitserland

Voor de slotklim maakt het peloton een kort uitstapje naar Zwitserland, waar men de Umbrailpas moet passeren. Deze pas wordt dit jaar voor het eerst in de route van de Giro d’Italia opgenomen en is pas sinds 2015 volledig geasfalteerd. Deze klim is niet heel lang, maar wel steil met een gemiddeld stijgingspercentage van 8,5% over een afstand van 13,2 kilometer. Zeker met de Stelvio en de Mortirolo in de benen kan dit afzien worden voor de renners. Kort na de top van de Umbrailpas dalen de renners af naar de finish in Bormio.

Tijdens deze zestiende etappe liggen er bonificatiesecondes (3, 2 en 1) klaar na 59,9 en 175,2 kilometer van de start. Voor welke renner er bij de finish nog over na kan denken, liggen er ook op de finishlijn 10, 6 en 4 bonificatiesecondes klaar voor de top drie van vandaag.