Na de rustige eerste etappe van Alghero naar Olbia wordt er tijdens deze tweede etappe al iets meer geklommen als we van Olbia naar Toroli rijden. Deze etappe neemt 208 kilometer in beslag en voert het peloton over verschillende toppen in het binnenland van het Italiaanse eiland Sardinië. Het lijkt vandaag met name voor de ontsnappers een mooie dag te worden om voor eigen kans te gaan, al is een massasprint niet uitgesloten. De laatste vijftig kilometer van deze etappe verlopen namelijk bergafwaarts. Dit zou sprinters in de gelegenheid kunnen stellen om terug te rijden naar het peloton, als zij niet te ver achter zijn komen te liggen door de beklimmingen.



Rustige klim naar Orune

Vanuit de vierde stad van Sardinië, Olbia, rijden de renners heel geleidelijk omhoog naar het bergdorpje Orune. In Orune begint vervolgens een lange afdaling die het peloton meeneemt naar het dal voor de eerste klim. Deze eerste klim van de dag voert de renners naar het kleine bergplaatsje Nuoro, waar de renners uit de kopgroep punten voor de bergtrui kunnen verdienen. De kans is dus groot dat de renners die een dag eerder voor de bergtrui zijn gegaan ook vandaag van voren zullen zitten tijdens deze klim.

Nadat de renners vanuit Nuoro weer zijn afgedaald begint met vanaf het fraaie stuwmeer Lago del Cedrino aan een volgende klim in de richting van Genna Silana. Steil kunnen we deze beklimming niet noemen, maar wat langer is de klim wel. In totaal kost het de renners 26,6 kilometer om boven te komen, waarbij men een gemiddeld stijgingspercentage van 3,3% moet doorstaan. De steilste stukken zitten direct in het begin van de klim, met een stijgingspercentage van maximaal 6,9%.

Afdaling naar de finish

Vanaf de top van deze bergpas begint men aan de afdaling richting de finishplaats Toroli. Deze laatste vijftig kilometer loopt vrijwel in z’n geheel naar beneden, waardoor de renners achter de kopgroep zich naar voren kunnen spurten mits het gat niet te groot geworden is.